Afbeelding van jakobsladder

Kerkasiel Oudejaarscabaret 2025

Op de laatste dag van 2025 heb ik in het kerkasiel in Kampen een oudejaarscabaret gehouden. Hieronder vind je de tekst:

Bij oudjaar hoort een cabaret. Jullie missen dat nu. Dit is een beetje ter compensatie. Dit is het eerste kerkasiel oudejaarscabaret. Ik hoop ook dat het de laatste keer is. Het is niet goed om er een traditie van te maken.

Eerst de verantwoording: is een cabaret wel een dienst? Dat is onduidelijk, maar ik zal het toch motiveren.

  • De profeten in de bijbel maakten altijd gebruik van humor. Vaak was dat om een politieke situatie te duiden. Dus ik heb een politicus opgenomen. Check
  • Niet iedereen houdt van de bijbel. Dus ik heb ook een bovennatuurlijke ervaring opgenomen. Check.
  • Het is natuurlijk wel een protestantse dienst. Dus de bovennatuurlijke ervaring, gebeurt met een engel (dan is het protestants). Check.

Het is dus een beetje onzeker of het mag, dus mocht de controle binnenkomen, dan moeten we met z’n allen iets verzinnen. We komen er wel uit. Ik doe het cabaret een beetje in de vorm van een verhaal. Dan wordt er minder gelachen en valt het minder op.

Eén ding moeten we echt afspreken. Ik heb een politicus in het cabaret nodig. Dat is Henry Bontenbal geworden. (Zitten er fans van hem in het publiek? Het schijnt dat hij om zichzelf kan lachen). Waarom Bontenbal? Hij zit nu in mijn hoofd. We zijn nu politiek veel met hem bezig. Als kerkasielvoorganger doe je altijd een beetje hergebruik. Zo zijn voorgangers nu eenmaal.

Dat geeft gelijk een probleem. Als ik toestemming had gevraagd aan Herman, zou hij zeggen: “Liever niet, ik snap dat jij grappen over hem wil maken, maar misschien hebben we de man nog nodig”. Ik heb dat opgelost door Herman niet te informeren. Mijn verzoek is om dit buiten niet door te vertellen. En als je dat toch doet, Bontenbal te vervangen door een vergelijkbare politicus. Nu we de spelregels helder hebben, kunnen we beginnen.

Ik wil jullie meenemen naar de nabije toekomst, zo rond deze tijd, maar dan een jaar later. Bontenbal heeft ondertussen een functie gekregen in het nieuwe kabinet. Niet als MP, maar wel in een andere functie waar hij zich verdienstelijk kan maken voor de goede zaak.

Het is net na Kerst. Kerstdag één, of kerstdag twee. Het maakt voor het verhaal niet veel uit. Bontenbal was even terug naar het werk gegaan, en hij kwam weer thuis, en zijn vrouw wachtte hem op in de gang. Ze was ziedend, ze was echt heel kwaad. Bontenbal wordt van dit soort situaties onzeker. Hij begint zich af te vragen of hij iets fout gedaan heeft. En natuurlijk heeft hij iets fout gedaan. Zo werkt het nog steeds in het traditionele, moderne huwelijk dat Bontenbal heeft. Zijn vrouw wijst naar het aanrecht in de eigentijdse open keuken, en wat blijkt: de hele vaat staat er nog. Het is zo'n vette, alle het servies gebruikende, kerstmaaltijdvaat. Dan brandt ze los:

“Jouw Samina is niet gekomen”

“Mijn Samina, mijn Samina”. Bontenbals hersens beginnen te draaien. Samina is de schoonmaakster; ze hadden haar gevraagd om speciaal tussen Kerst en Oud en Nieuw schoon te komen maken. En een stukje oud conflict komt boven. Hij vindt eigenlijk niet dat het zijn Samina is, maar zijn vrouw dus wel. Ik zal proberen het te duiden.

Bontenbal is een geëmancipeerde, moderne man, in een modern, geëmancipeerd gezin, en dus had zijn vrouw ook een baan. Het werk in huis moest toch gedaan worden. Daarvoor moest dus een schoonmaker gevonden worden. Bontenbal had het telefoonnummer van Samina gekregen van een collega-politicus. Je moet elkaar tenslotte helpen.

Hij had haar gebeld en gevraagd te komen schoonmaken tegen een prudent tarief. En dat was het begin van een blijvend modern traditioneel conflict. Zijn vrouw vond dat hij Samina moest aansturen; hij had haar tenslotte aangenomen. Hij vond dat zij Samina moest vertellen wat ze moest doen. Zij had tenslotte het meeste verstand van schoonmaken of er de meeste mening over. Dit verborgen echtelijk dispuut, waarbij zij hem probeerde aan te sturen om zo Samina indirect aan te sturen, kon plotseling heftig opspelen.

Zo was het ook met deze kerst begonnen. Het was haar idee om Samina te vragen schoon te komen maken. Hij vond dat eigenlijk niet kunnen; Samina mocht met kerst ook vrij zijn. Maar zij dacht dat Samina een moslim was. Die vierden geen kerst en konden daarom best werken. Nu was Samina niet gekomen, en zijn vrouw beschuldigde hem van sabotage. Hij had haar vast niet gevraagd. Dat had hij wel. Toen beschuldigde zijn vrouw hem van onkunde; hij had vast niet duidelijk genoeg gevraagd. Hij probeerde zijn standaardverweer: waarom deed ze het dan niet zelf? Nee, het was zijn Samina, en toen kreeg hij les in culturele sensitiviteit. Hij moest begrijpen dat hij naar dat soort mensen duidelijker moet zijn. De ruzie begint hier uit de hand te lopen, en ik ga hier niet vertellen hoe het is afgelopen. De vraag is natuurlijk wie de afwas nu moest doen en meestal doen de kinderen het in dit soort situaties niet.

Uiteindelijk ontstond er een soort impasse (of compromis). Ze werden hier geholpen door de wijn die van de kerstmaaltijd over was. Die moest op, zodat ze met Oud en Nieuw nieuwe konden kopen.

Bontenbal voelde dat hij weggleed in een diepe slaap. Langzaam verplaatste hij zich naar de plaats waar dromen zijn. Of waar hemel en aarde elkaar raken (ik doe er even een theologisch elementje in om er een viering van te maken).

Plotseling voelde Bontenbal zachtjes iemand op zijn wang tikken. “Word wakker”, hoorde hij. En om hem heen zag hij dat de kamer helder verlicht werd. Hij keek opzij naar zijn vrouw, die lag te slapen en er niets van leek te merken.

Nu moet je weten dat Bontenbal is opgegroeid met de verhalen van de traditie. Hier krijgen veelbelovende mensen in de nacht een missie voor de rest van hun leven. En hij voelde ook een enorme lichtheid en helderheid in zijn hoofd. Nu is het mijn beurt, dacht Bontenbal. Nu word ik geroepen.

De hand tikte nog een keer op zijn wang. Nu voelde hij dat het een hand in een handschoen was. Niet in een deftige leren handschoen, maar in een gladde rubberen schoonmaakhandschoen. En het licht had ook veel weg van de grote tl-bakken die je vaak weggewerkt ziet in systeemplafonds. Bontenbal keek op en zag een kleine vrouw staan, met lang zwart haar en in het uniform van een schoonmaker.

“Samina?”

“Nee, ik ben niet Samina. Ik ben Malaka, en ik ben nu jouw engel.” (korte noot voor de protestantse dienst: malak is engel in het Hebreeuws. Dat weet ik overigens niet zeker. Het is zeker engel in het Arabisch, dat moet even voldoende zijn voor deze dienst).

“Maar, maar, je ziet eruit als schoonmaakster!”

Samina (of Malaka) zuchtte en schakelde over op haar uitlegstem voor stervelingen. 

“Engel of schoonmaker, er is meer overeenkomst dan je denkt. Engelen moeten vaak ongezien hun werk doen. En niemand ziet schoonmakers.”

“Ik heb een boodschap voor je. Je moet met me mee naar drie plaatsen in Nederland, en drie perioden in je leven. Eerst gaan we naar Rotterdam, dan naar Den Haag, en uiteindelijk naar Leiden.”

“Maar wat, maar wat”, protesteerde Bontenbal, die voelde dat het visioen onbeheersbaar begon te worden.

“Sshh”, zei Malaka, en ze pakt haar schoonmaakspray en spuit deze over Bontenbal. En zijn wat koddige pyjama verandert in een schoonmaakuniform. “Pak aan”, zei Malaka, en ze rolde een schoonmaakkarretje naar hem toe. Hij pakte het vast en plotseling werd de omgeving om hem heen vaag, en toen weer licht. Het was nog steeds het onbarmhartige tl-licht. Hij keek om zich heen en herkende de locatie vaag.

Hij was in het trappenhuis van de Pauluskerk, in Rotterdam. De deur ging open. Een wat oudere man kwam naar buiten. Met een schok herkende Bontenbal hem. Het was zijn vader. En naast zijn vader liep een jongere versie van hemzelf. En zijn vader was duidelijk geagiteerd. Een herinnering kwam bij hem terug. Toen hij nog jong was, had hij zijn vader daarmee naartoe genomen; het was geen succes.

En dat kon hij nu terughoren. “Het is een schande wat die dominee doet.” Het ging over Hans Visser. “Die mensen daar, die zijn verslaafd en illegaal. Daar is onze kerk niet voor. Onze kerk is voor fatsoenlijke, gelovige mensen”.

Bontenbal zag dat zijn jongere versie geschokt was en er iets tegenin probeerde te brengen. “Maar Jezus dan, Jezus was toch ook bij de hoeren en de tollenaars”.

De vader van Bontenbal versnelde zijn stap en dwong de schoonmakers Bontenbal en Malaka opzij te gaan zonder dat hij ze opmerkte.

“Ik wil niet dat je zo over Jezus praat”.

“Wat is hier de betekenis van?” vroeg Bontenbal. “Dit is toch alleen maar een pijnlijke herinnering?”

“Het is goed om te weten wie je was”, antwoordde Malaka. “Dit was je verleden, we gaan verder naar Den Haag."

Bontenbal greep zijn schoonmaakkarretje weer vast, en plotseling waren ze ergens anders. Hij keek rond; hij herinnerde zich de plaats vaag uit een ambtsbezoek. Ze waren in een grote zaal, en een aantal mensen was hier in vergadering. Bontenbal telde iets meer vrouwen.

Plotseling voelde hij zich onzeker in zijn schoonmaakuniform. “Als je jezelf een houding wilt geven, kun je proberen te vegen,” adviseerde Malaka hem. “Maak je niet ongerust. Ze zien je toch niet, zelfs al zou je het willen.”

De voorzitter opende de vergadering. “Geachte jeugdrechters, we zijn hier bijeengekomen om de criminalisering van de illegaliteit te bespreken. Zoals dit rapport zegt, zijn er op dit moment meer dan vijfhonderd kinderen illegaal in Nederland. Tot nu toe hadden wij daar niets mee te maken. Ze werden afgehandeld door onze collega’s, de bestuursrechters.”

Het klonk allemaal heel ambtelijk; Bontenbal probeerde het een beetje te begrijpen.

“Wij zijn strafrechters, met een specialisatie kinderen. Nu een illegaliteit een misdaad geworden is, zijn er plotseling vijfhonderd criminele kinderen bijgekomen. Wat betekent dat voor ons en ons ambt?”

Na deze zin begonnen de rechters geagiteerd door elkaar heen te praten. Bontenbal kon slechts flarden begrijpen.

  • “We kunnen ze niet opsluiten, we stoppen hier in Nederland geen kinderen in de gevangenis!”
  • “We hebben hier helemaal geen geld voor, dit is allemaal extra werk!”
  • “De publieke opinie zal toch willen dat we er wat mee doen!”
  • “Kinderen die gemarkeerd zijn als crimineel, kunnen veel minder goed beschermd worden!”

En plotseling leek het of een van de rechters Bontenbal direct aankeek en hem tegelijk niet zag. “Die politici, ze beweren allemaal dat ze het goed voor hebben met ons land, maar ze komen zelden kijken wat hun besluiten betekenen voor de mensen om wie het gaat.”

“Wat is de betekenis hiervan?” zei Bontenbal. “Als politicus moet ik toch boven de ambtelijke uitvoering staan.” “Opletten”, zei Malaka. “Dit is jouw heden, jij bent degene die dit heeft mogelijk gemaakt. Kom mee, we moeten verder naar je toekomst, naar Leiden.”

De scherpe spiritusgeur ging over in boenwas. En plotseling waren ze op een andere locatie, in een gebouw met statuur. Bontenbal zag een man achter een rozenhouten bureau zitten. Het was duidelijk dat de man geleerd was. Een grote kast met boeken stond achter hem en het bureau lag vol papieren. Bontenal zag zelfs geen laptop staan. Zou hij een secretaresse hebben voor zijn e-mail?

Er wordt op de deur geklopt. Een jongeman kwam binnen. Hij leek een beetje op Bontenbal, toen hij nog student was. “Professor …. ",  zei de jongeman op een beleefde toon. Ik geef hier niet de naam van de professor, omdat ik geen zin heb om die te verzinnen, maar er zijn toch wat achtergronddetails nodig om het verhaal beter te begrijpen. Het is een professor in de politieke geschiedschrijving, die gespecialiseerd is in het eerste kabinet-De Keijzer.

“Professor. Kunt u mij helpen? Ik ben bezig met een werkstuk over het CDA, vanaf het begin tot de laatste regeerperiode in 2028.” Zo formuleerde de student zijn verzoek.

Dit onderwerp maakt de geleerde niet bepaald enthousiast. Hij vroeg: “Waarom zou je dat doen? Er zijn zoveel meer interessante dingen te bestuderen.”

De jongeman begreep dat hij wat uit te leggen had. “De toenmalige partijleider Bontenbal is een verre oom van mij. Daarom ben ik geïnteresseerd. Ik heb eigenlijk één vraag. Had hij iets anders kunnen doen, zodat zijn partij nu nog zou bestaan?”

De professor stak van wal: “Misschien, misschien. Geschiedenis is een ingewikkeld iets. Het CDA had wel wat ideeën over barmhartigheid, en daar is altijd een kleine minderheid in geïnteresseerd. Bontenbal had echter toch een soort verkiezingswinst gehaald, en hij wilde die niet verspelen. Hij richtte zich op de conservatieve kiezer. En na de hartaanval van Wilders nam Mona de Keijzer de PVV over en toen was het voorbij”

“Wat is hier de betekenis van?” vroeg Bontenbal. “Gaat het zo aflopen? Is dit hoe de geschiedenis over mij gaat oordelen?”

Hij keek naar Malaka. Ze zag er nog hetzelfde uit. Toch voelde Bontenbal dat hij nu op een of andere manier omhoogkeek. Hij voelde een hoofdpijn opkomen. Alsof de wijn niet van goede kwaliteit was geweest.

“Uiteindelijk is het je hart dat oordeelt en niet de geschiedenis”, zei Malaka.

Bontenbal schrok wakker. De zon scheen in de kamer. De hoofdpijn was er nog steeds. Zijn vrouw keek hem aan.

“Ik denk dat je Samina moet bellen; appen werkt niet bij dat soort mensen”

Met tegenzin belde hij Samina’s nummer. De telefoon ging over. Hij hoorde een stem aan de andere kant.

“De telefoon van Samina, met Malaka.”

“Malaka, hoezo Malaka, ik zoek Samina, ze is niet komen schoonmaken”

‘Oh, ze is niet komen schoonmaken. Denk jij dat het wat uitmaakt? Laat ik jou eens wat vertellen, Bontenbal en je medevriendjes, schoonmaakklantjes. Samina komt uit Iran. Ze is gisterochtend opgepakt. Ze zit in Zeist. Ze was ongedocumenteerd.”

“Dat wist ik niet”, stotterde Bontenbal.

“Laat ik jou een ding zeggen Bontemansje, de rest van je leven mag je je eigen klerezooi opruimen”.